Diario Maandag 25 april: De beleving S Gesù
Mijn toeristische escapades eindigden vandaag in de S.Gésu, die ik in gedachten had als een kerk waar ik de eerste keer (met Jef dus) van zei, “als het dan barok moet zijn, doe het dan maar zo.” Ik ging tegen vijven naar binnen. Ik had me ervan vergewist dat hij vanaf 16.00 weer open zou zijn en dat er geen dienst was. Die is er overigens zelden om vijf uur ’s middags.
Toen ik de kerk binnenkwam leek er wel degelijk een dienst aan de gang. Beetje een rare dienst, het waren niet de gebruikelijke gebeden die ik hoorde, eerder een preek, maar het werd afgewisseld met gezang en instrumentale begeleiding, ook weer niet de gebruikelijke misgezangen, het lag meer in de sfeer van Händel of zo. De kerk was vol, veel banken waren bezet, maar iedereen had het hoofd gewend naar het zijaltaar van Ignatius van Loyola, de Gésu is per slot van rekening het hoofdkwartier van de Jezuïeten. Misschien waren het gelovigen, maar het waren in ieder geval toeristen. Velen waren met mobieltjes aan het filmen.
In eerdere kerken waar ik kwam, klonk soms zachte koormuziek of speelde de organist. Dat benadrukte weliswaar dat ik in een kerk was, maar het was achtergrond. Achtergrond die goed paste bij wat ik aan het bekijken was.
Dit was anders. Dit was een oorverdovend statement waar ik niet omheen kon. Het zou volstrekt ongepast zijn door de kerk heen te lopen en mijn eigen programma af te werken.
Mijn eerste indruk, een Italiaanse pendant van de Amerikaanse TV dominee kon niet kloppen. De teksten klonken niet liturgisch, de muziek was te theatraal voor een dienst, zeker voor een dienst op de maandag na beloken Pasen.
Het was een eredienst. Maar niet de dienst waarvoor deze kerk ooit ontworpen was. Het was de dienst van het merk San Gesù.
