Tirannen in beeld
Wanneer ik vroeger geschiedenisboeken las, was ik gebiologeerd door het fenomeen: tiran. Ik herinner me een oud geschiedenisboek voor de jeugd, via vage kennissen van mijn ouders in mijn bezit gekomen, waarin voor deze categorie een apart hoofdstuk was ingeruimd. Dzjenghis Khan figureerde erin, en keizer Nero, in het gezelschap van Vlad de Spietser, genadeloos heerser in Transsylvanië en Iwan de Verschrikkelijke. De tiran werd gekenmerkt door wetteloosheid, willekeur en bloeddorst. Ook de machtigste moest oppassen voor de tiran: één verkeerd gekozen woord kon je de nek kosten.
Het was een type dat in de wereldpolitiek zoals ik deze bewust heb meegemaakt, niet meer zo onversneden ten tonele kwam.
Reagan, Thatcher, Deng Xiaoping, De Klerk, het mochten boeven zijn, er lag een vernislaag van beschaving over ze heen. Als ze openlijk vochten was het met woorden en wel min of meer beschaafde woorden. Als ze wetten overtraden, probeerden ze het te verhullen. En ze deden hun best om te laten zien dat er rationele gedachten achter hun handelen zat. Politiek sinds de tweede wereldoorlog was saai geworden nu er nooit meer uit gewinzucht een naburig rijk werd binnengevallen en als afschrikwekkend voorbeeld alle overwonnen hoofden op de kantelen van het kasteel werden gespiesd.
Dat is nu een beetje aan het veranderen. Het is weer bon ton om de vijand voor het grootst mogelijk vuil uit te schelden, geen enkele moeite te doen om rancune te verbergen, terzijde gestaan door twee gorilla’s wier argumentatietechniek bestaat uit het niet aan het woord laten komen van de opponent en op luide toon diens antecedenten ter discussie te stellen. Het redelijk argument is niet meer nodig.
De wetten worden achteloos terzijde geschoven, gesanctioneerd door een hooggerechtshof dat uit de hand van de dictator eet. Het enige dat nog ontbreekt zijn de gespietste koppen op het hekwerk van het Capitool.
Dit alles bedacht ik tijdens het bekijken van de persconferentie van Trump na afloop van de Navo-top.
