Woensdag 16-12-2020  Megen verkend.

Wachttoren als overblijfsel van de stadsmuren en -poorten van Megen

Gisteren ben ik naar Megen gereden en heb een uur door het stadje gewandeld. Megen is in 1581 grondig door de Spanjaarden verwoest, daarna zijn de muren en poorten nooit meer heropgericht, maar wel is het hele Middeleeuwse stratenplan behouden. Megen heeft, net als Hurwenen en Beesd en omgeving een Verhaak verleden. Een neef van mijn verre voorvader Gijsbrecht, Nicolaus Verhaak, kwam rond 1750 in Megen via Meteren en Varik – midden in de Betuwe – in Megen terecht, aan de overzijde van de Maas. Zijn nageslacht verdween daarna alweer snel richting Bunnik, Houten en Utrecht.

Saucijzenbroodje tegenover het Franciscaner klooster

Megen wordt al in de 8e eeuw genoemd en heeft ergens in de 14e eeuw stadsrechten gekregen. Omdat Megen niet onder de Republiek viel, maar als graafschap deel uitmaakte van het Heilig Roomse Rijk, genoten katholieken hier godsdienstvrijheid.

Franciscaner klooster 

Dit had tot gevolg dat de Franciscanen die in 1629 uit ’s-Hertogenbosch werden verdreven toen Frederik Hendrik de stad op de Spanjaarden veroverde, hier terecht konden.

Clarissenklooster

In de 18e eeuw kwam er ook een Clarissenklooster. Net als in Assisi ligt het klooster van St Clara aan de ene kant van het stadje en dat van de Franciscanen aan de andere kant.

De Maas bij Megen

Verhaken rond mijn stamboom zijn hartstikke katholiek. Wellicht was deze Roomse vrijheid een overweging voor Nicolaus Verhaak om rond 1760 naar Megen te verkassen.

Kanonnen op de Maasdijk

Dit is het laatste uitstapje in Coronatijd gewijd aan de Geschiedenis van de Verhaken. Het uitstekje naar Megen diende om illustratiemateriaal voor deze Geschiedenis te verzamelen, zoals ik het ook in Hurwenen, in Deil, Beesd en Rumpt en in Grave verzamelde. Met Megen is deze verzameling voltooid, ik ga een punt achter de geschiedenis zetten en zal deze de komende maanden verspreiden, digitaal en in boekvorm.

Het zal niet het laatste uitstapje in Coronatijd zijn. Ik voorzie dat deze tijd nog wel een jaartje zal voortduren en ik voorzie zeker dat ik uitstapjes blijf maken.