Zaterdag 22 augustus 2020

Tja, we vliegen niet meer, we willen eigenlijk Nederland niet uit, dus komen een beetje terug bij de 60-er jaren: “pak je fiets en ga maar een weekje bij oma in Utrecht logeren”.

Dus Jet en ik stapten zaterdag 22-8 op de fiets om ons naar Deventer te begeven. Een zonnige rit met flink wind in de rug blies ons in ongeveer zes uur 94 km verderop. Pas op de IJsselbrug werden we door een plensbui achterhaald.

Middeleeuws steegje in Deventer

Deventer is een verrassend mooie stad die in het Bergkwartier nog een Middeleeuws karakter behouden heeft. Eigenlijk is Deventer veel Middeleeuwser dan Utrecht, dat behalve zijn kerkenkruis en Oudaen niet zoveel van voor 1650 te bieden heeft. In Deventer nog mooie authentieke straatjes met kinderkopjes en koopmanshuizen uit de 14 en 15e eeuw.

Koopmanshuis

De Brink, waaraan het hotel stond, is een van de gezellige pleinen met veel restaurantjes en, op deze zaterdag, markt. We aten en dronken heerlijk Italiaans : Campari, antipasti caldi e freddi, heerlijke gnocchi met een bijpassende witte wijn, en een avondlijk rondje terug in de Middeleeuwen. Rond tien uur naar bed, Goddelijke tien uur geslapen.

Cucina Italiana

Zondagochtend een serieus stadswandelingetje, oog in oog met de Waag, de 3-Haringen, het Pennincshuis en de Bergkerk. Het steekt Utrecht naar de kroon en dat wil wat zeggen uit mijn chauvinistische mond.

 

Waag, Deventer

Penninckhuis, Deventer